Elle,

Hallo.

Ik begin bij je laatste paragraaf: “Ik vind het niet vreemd dat in de Openbaring ůůk apart (in 7:1-8 ) over gelovigen uit het volk IsraŽl wordt gesproken, want in heel de Openbaring is het doorspekt met termen uit het OT en uit de tempelregeling, dus waarom de gelovigen uit dat volk niet!?”

Je zegt ook voor mij terecht: “doorspekt” want echte citaten zijn er niet. Maar daar zit juist het probleem, het lijstje dat ik meegaf geeft duidelijk aan dat LETTERLIJKE ZAKEN IN VERBAND MET HET VOLK ISRAňL, een geestelijke interpretatie krijgen. Wat van IsraŽl uit het OT is gezegd krijgt in het NT een uitleg bij de gemeente van Christus, Joden en heidenen samen. Daarom zeg ik dat de terminologie uit hoofdstuk zeven over de stammen, NIET letterlijk te nemen is. Ook de terminologie van de tempel is voor mij niet letterlijk en zovele andere zaken. Als we het letterlijk gaan nemen moet ook het letterlijke Babylon hersteld worden en absurde uitleggingen in dien aard zijn al bij tientallen de revue gepasseerd. Nu Sadam er niet meer is zwijgt men, maar het is tijdelijk want dat komt nog wel terug in een ander vorm.

Over de boom in Romeinen zeg je: “Wat de Olijfboom betreft, ik geloof ůůk niet dat dit een letterlijke boom is, of dat deze boom het land IsraŽl is! Maar ik geloof ůůk niet dat deze olijfboom het Nieuwe IsraŽl is en pas in 33 GT met Pinksteren is geplant. Als dat zo zou zijn, dan zou er niet gesproken worden dat er "natuurlijke takken" (kennelijk in het verleden van de olijfboom, gezien vanuit Paulus' tijd) werden weggebroken wegens ongeloof (Rom. 11:17-24).”

Ook dat is mijn lezing van dat gedeelte maar alleen zeg ik er bij: HET GAAT OM EEN RECENT verleden. Het gaat om de tijd dat IsraŽl de Messias die onder hen liep verworpen heeft. Bezegeld met Pinksteren, wanneer ons NU – dat kon toen nog niet - duidelijk geworden is dat men die Messias moet aannemen om OPNIEUW INGEňNT te worden. Dat er voorafgaande ook mensen van het Joodse ras afvallig werden is hier niet aan de orde, die worden op een andere basis geoordeeld. Dat aspect van het ABRAMITISCHE VERBOND kwam er met PINKSTEREN.

Dus:
1 Verbondbrekende Joden zijn geen vruchtdragende olijfboom, zo was het al in het OT. Hab.3:17: “Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn.”

2 CHRISTENEN ZIJN DEEL VAN DE OLIJFBOOOM
Rom.11:24: “Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geŽnt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geŽnt worden.”
Joden die gťťn geloof hebben in Jezus zijn gťťn deel meer van de edele olijf. Rom 11:20: “Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees!”

Elle, je schrijft ook dit: “Je gebruikt o.a. 1 Cor. 3:9 om mijn redenering omver te werpen. In dit vers wordt gesproken over geŰrgion, een woord afgeleid van geŰrgios. Dit woord geŰrgion wordt gebruikt voor een bewerkt stuk land, terwijl geŰrgios een bewerker van dat land, b.v. een boer, betekent.”

DIT IS MIJN TOEVOEGING BIJ WAT IK AL ZEI: CHRISTENEN ZIJN DE WIJNGAARD VAN GOD
Lucas 20:16: “Hij zal komen en die pachters ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. Maar toen zij dat hoorden, zeiden zij: Dat nooit!” Jezus leert dat het volk IsraŽl “de zoon van de bezitter van de wijngaard” (Jezus) zal gedood worden door de onderhouders van de wijngaard “(de Joden)”. En de bezitter van de wijngaard geeft het onderhoud van zijn wijngaard gewoon in handen van anderen die rechtvaardig genoeg zijn om het te doen = de gelovige Joden en de gelovige heidenen. Dat wil zeggen dat de wijngaard zijn IsraŽlitIsche status verloren heeft, het is niet meer het volk dat er de baas in is, maar alle gelovigen uit alle volkeren.

Voor mij, daar hadden we het over, zijn daarom: ”DE LOSGEKOCHTEN” uit Openbaring 14 dezelfde als uit Openbaring 7 zijn. En aangezien het over “DE” losgekochten gaat en die manier van uitdrukken andere ook uitsluit moet het om een SYMBOLIEK GAAN.

Ik zie Openbaring 7 dus als een beschrijving van de VERLOSTEN – ALLEN, VAN WELK RAS OOK – nu eens gezien vanuit HET GEESTELIJKE IsraŽl en vanAf vers 9 vanuit raciaal aspect.
Groetjes,
Guido